Exploitatie onroerend goed belast bij ambtshalve opgelegde aanslag

januari 2018

Een exploitant met een omvangrijke portefeuille onroerend goed doet geen aangifte IB. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is opgelegd. Omdat de aanslag niet op een redelijke schatting berust dient de aanslag naar beneden toe te worden vastgesteld.

Belanghebbende, X, en zijn echtgenote Y zijn betrokken bij het beheer van, de handel in en de exploitatie van onroerende zaken. X houdt geen administratie bij. Bij politieonderzoek en daaropvolgende huiszoekingen komt vast te staan dat X en Y voor hun activiteiten gebruik maken van stromannen. X heeft geen aangifte gedaan. De inspecteur legt aan X een aanslag IB 2008 ambtshalve op naar een belastbaar inkomen in box 1 van € 1,6 mln. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de aanslag niet berust op een redelijke schatting. De inspecteur heeft het inkomen en vermogen van X op veel hogere bedragen vastgesteld dan de Belastingdienst heeft vastgelegd in haar memo van 15 april 2013. De inspecteur heeft voor zijn stelling dat het totale vermogen zo'n € 30 miljoen zal zijn en dat een rendement van 10% niet onredelijk is, geen enkel bewijs geleverd. De rechtbank stelt het inkomen in box 1 naar beneden toe bij op
€ 702.945, en met toepassing van interne compensatie stelt de rechtbank het box 3 inkomen vast conform het memo op € 376.000 (4% van € 9,4 miljoen) en rekent de helft aan X toe. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond.

Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.

 

 

Met vriendelijke groet,

 

 

H.A. van Duuren