Restschuldregeling wordt niet verlengd en loopt af op 1 januari 2018

juni 2017

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs aangegeven niet van plan te zijn de restschuldregeling, die eind 2017 afloopt, te verlengen. De Tweede Kamerleden Ronnes en Omtzigt hadden om verlenging van de tijdelijke regeling verzocht naar aanleiding van een pleidooi van de Vereniging Eigen Huis. 

De restschuldregeling is in 2012 als een tijdelijke crisismaatregel in het leven geroepen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Deze regeling geldt voor mensen die hun eigen woning hebben verkocht waarbij de verkoopprijs lager is dan de eigenwoningschuld en de verkoopkosten. De verkoper kan de bij verkoop ontstane restschuld financieren met behoud van maximaal 15 jaar hypotheekrenteaftrek daarvoor. Dat maakt het fiscaal voordeliger om de restschuld te financieren, en daarbij dus ook financieel aantrekkelijker. Deze regeling geldt uitsluitend voor restschulden die zijn ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. Restschulden die na die periode ontstaan, vallen dus niet meer onder deze regeling. De rente over de schuld is dan niet meer aftrekbaar in box 1.

Volgens de Vereniging Eigen Huis is het herstel op de woningmarkt lang niet overal merkbaar en staan 340.000 huizen nog onder water. De huidige waarde van deze woningen ligt beneden de aankoopprijs. De woningmarkt trekt mede dankzij de lage hypotheekrente wel flink aan, maar dit geldt zeker niet voor iedereen. Regionaal lopen de verschillen heel sterk uiteen.

 

Staatssecretaris Wiebes geeft in zijn beantwoording van de Kamervragen aan, dat de problematiek die in 2012 aanleiding was voor het introduceren van de restschuldregeling sterk is afgenomen. De doorstroming op de woningmarkt is inmiddels hersteld. De staatssecretaris schrijft dat de huizenprijzen stijgen en dat het aantal woningtransacties weer boven het gemiddelde van voor de crisis liggen. Daarmee verwacht hij dat het onderwaterpercentage eind van dit jaar is gedaald tot het niveau van voor de crisis. Destijds is er bewust voor gekozen om deze crisismaatregel tijdelijk van aard te maken. Volgens Wiebes is er door het sterke herstel van de woningmarkt geen aanleiding meer om deze maatregel te verlengen, met bovendien een fiscale derving als gevolg.

Huidige eigenaren van wie de woning 'onder water' staat, kunnen weinig aan de situatie doen. Als de restschuldregeling met ingang van 2018 vervalt, betekent dit dat verhuizen met een restschuld weer moeilijker wordt. De rente over de restschuld is dan niet meer aftrekbaar, waardoor de totale maandlasten van een hypotheek hoger uitpakken. Mensen die eigenlijk door willen stromen naar een ander koophuis blijven dan langer in hun huis wonen, zolang dit financieel onder water staat. Een nieuwe dip in de woningmarkt kan het gevolg zijn.

Alleen als verkoop op korte termijn van de woning mogelijk is, kunnen huidige 'onder water'-eigenaren nog iets aan hun situatie doen. In dat geval adviseren wij verkopers van huizen met een mogelijke restschuld de overdracht vóór 31 december 2017 te laten plaatsvinden. Dan kunnen zij namelijk nog wel gebruikmaken van de restschuldregeling en maximaal 15 jaar de rente en kosten van hun restschuldfinanciering aftrekken.

Aan de inhoud van dit nieuwsbericht wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.

Met vriendelijke groet,

H.A. van Duuren