Print dit artikel

Apeldoorn, juli 2005

Volledige aftrek BTW op bedrijfsmiddelen die ook privé worden gebruikt

Het Europese Hof van Justitie heeft op 14 juli 2005 geoordeeld dat de voorbelasting van een geheel als ondernemingsvermogen bestempeld bedrijfsmiddel volledig en onmiddellijk in aftrek kan worden gebracht, ook al wordt dat bedrijfsmiddel mede voor andere (privé) doeleinden gebruikt. Dit is voor Nederland een opmerkelijk arrest. De zaak was als volgt.

De echtelieden Charles en Charles-Tijmens, woonachtig in Duitsland, hebben in Nederland een vakantiebungalow gekocht, die deels voor verhuur en deels voor privé-doeleinden wordt gebruikt. Zij wensten de aan hen bij de aankoop van de woning in rekening gebrachte BTW volledig in aftrek brengen. Daarvoor bestempelden zij de bungalow geheel als ondernemingsvermogen van hun “vakantiebestedingsbedrijf”.

De inspecteur weigerde gedeeltelijk de aftrek van voorbelasting omdat de bungalow zowel binnen hun onderneming voor met BTW belaste prestaties werd gebezigd (verhuur), maar ook voor privé- doeleinden. Daardoor konden zij naar de mening van de inspecteur niet alle aan hen ter zake van de bungalow in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek brengen.

Voor Hof Den Bosch betoogde het echtpaar Tijmens dat het Nederlandse BTW-systeem die de aftrek van voorbelasting bij voorbaat al bij de aanschaf (in het eerste jaar) beperkt, in strijd zou zijn met het de Europese BTW-richtlijn die de voorbelasting volledig en onmiddellijk in aftrek toelaat en de correctie voor gebruik buiten de onderneming plaatsvindt, zodra zich dergelijk gebruik voordoet. Het Hof wees deze stelling van de hand en oordeelde dat de Nederlandse systeem van beperking van de aftrek niet in strijd was met het Europese recht.

In de daaropvolgende cassatieprocedure stelde de Hoge Raad vast dat de in Nederland ingevoerde regeling gevolgen heeft die verschillen van de regeling in de Zesde Europese BTW-richtlijn De Hoge Raad heeft het Europese Hof van Justitie daarom verzocht om een oordeel over de vraag of het Nederlandse systeem verenigbaar is met het Europese BTW-systeem.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat de Nederlandse wettelijke regeling zoals hier aan de orde is niet in overeenstemming is met de Zesde BTW-richtlijn Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat de voorbelasting van een geheel als ondernemingsvermogen bestempeld bedrijfsmiddel volledig en onmiddellijk in aftrek toekomt aan belanghebbenden.Ook al wordt dat bedrijfsmiddel mede voor andere (privé) doeleinden gebruikt.

Opmerking
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de Memo van februari 2005: “De werkruimte en de directeur grootaandeelhouder” onder de paragraaf: “Hoe zit het met de BTW?”.

Wij hopen u hiermede voldoende te hebben geinformeerd en zijn tot het geven van nadere toelichting gaarne bereid.

Met vriendelijke groet,




H.A. van Duuren


* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.

Vorig Artikel
Volgend Artikel