Print dit artikel

Apeldoorn, juli 2006

Wetvoorstel banksparen ten behoeve van pensioenopbouw


De oudedagsvoorzieningen in Nederland bestaat ruwweg uit drie pijlers: de AOW, een aanvullend pensioen uit dienstbetrekking en lijfrenten. Een lijfrente is een van het leven afhankelijke periodieke uitkering, die voortvloeit uit een op eigen initiatief getroffen voorziening en die geen verband houdt met een dienstbetrekking.

Ondernemers-natuurlijke personen (bijvoorbeeld ondernemers met een eenmanszaak of firmanten van een vennootschap onder firma), kunnen alleen in de derde pijler met een lijfrentepolis een (fiscaal gefacilieerde) voorziening treffen voor hun oude dag en/of de nabestaanden. Ook werknemers met een pensioentekort kunnen in beginsel via het lijfrenteregime hun pensioen in de derde pijler aanvullen. Een lijfrentepremie is onder voorwaarden en volgens bepaalde fiscale normen aftrekbaar waarbij belastingheffing over de latere lijfrente-uitkering plaatsvindt. Op dit moment zijn mensen, die fiscaal ondersteund individueel willen (bij-)sparen voor hun oudedagsvoorziening, gedwongen dit bij een verzekeraar te doen. De uitvoeringskosten hiervan zijn hoog en ondoorzichtig.

De Tweede-Kamerleden Depla (PvdA) en De Vries (VVD) willen de ‘oudedagsparaplu’ uitbreiden met een faciliteit waarbij men via een geblokkeerde spaarrekening bij een bank of een beleggingsrecht bij een beheerder van een beleggingsinstelling individueel een (aanvullende) oudedagsvoorziening in de derde pijler kan opbouwen.

Het banksparen heeft veelal lagere kosten dan het verzekeringsparen (via een lijfrente). Het wetsvoorstel leidt ertoe dat zelfstandig ondernemers, zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers), freelancers en werknemers in loondienst met een pensioengat een hoger pensioenkapitaal kunnen opbouwen. Het voorstel van de kamerleden komt in grote lijnen erop neer dat het sparen via een geblokkeerde bankrekening of beleggingsrecht dezelfde fiscale faciliteit krijgt als een lijfrente. De stortingen op de geblokkeerde bankrekening of beleggingsrecht zijn onder voorwaarden en binnen aangegeven kaders fiscaal aftrekbaar.

Enige hoofdlijnen van de voorgestelde regeling:

De beoogde datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2007.

Bron: Tweede Kamer, 30 juni 2006, 30432 nrs. 1-6

Met vriendelijke groet,




H.A. van Duuren


* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.

Vorig Artikel
Volgend Artikel