Augustus 2006
Nederland heeft als fiscaal aantrekkelijk vestigingsland de laatste jaren veel terrein verloren. Om ons land weer fiscaal concurrerend te maken, heeft de staatssecretaris van Financiën vorig jaar april de nota Werken aan winst gepresenteerd, waarin hij een aantal voorstellen doet om de fiscale infrastructuur voor bedrijven te verbeteren. Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en zijn de voorstellen op belangrijke onderdelen gewijzigd. Onlangs is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Een geschikt moment voor een update van ons nieuws van mei 2006.
Verlaging vennootschapsbelastingtarief
Verlaging van het vennootschapsbelastingtarief is het middel bij uitstek om de aantrekkingskracht van Nederland voor bedrijven te vergroten. Dit is ook de reden waarom het tarief de laatste jaren is verlaagd. De staatssecretaris wil deze tendens voortzetten. Voor 2007 stelt hij namelijk een algemeen tarief voor van 25,5%. Het opstaptarief over de eerste € 25.000 winst wordt 20%. Daarnaast komt er een nieuwe schijf met een tarief van 23,5% voor winsten tussen € 25.000 en € 60.000. Voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) komt de belastingdruk op winsten hiermee op ten hoogste 44,1%. Deze bestaat uit een combinatie van 25,5% vennootschapsbelasting en 25% aanmerkelijkbelangheffing.
MKB-winstvrijstelling
Om ook de ondernemers in de inkomstenbelasting fiscaal gunstig te stemmen, is de MKB-winstvrijstelling voorgesteld. Deze faciliteit heeft de vorm van een vrijstelling van 10% van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek. Alleen ondernemers die voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek kunnen zich beroepen op de vrijstelling. Resultaatgenieters en medegerechtigden (zoals commanditaire vennoten) kunnen dus niet van de regeling gebruikmaken.
Verlaging dividendbelasting
De dividendbelasting wordt verlaagd van 25% naar 15%. Deze maatregel lijkt leuk, maar stelt eigenlijk niet zo veel voor. In nationale situaties is de dividendbelasting namelijk slechts een voorheffing, die verrekenbaar is met de inkomsten- of vennootschapsbelasting over het dividend. Daarbij merken wij op dat het aanmerkelijkbelangtarief gewoon 25% blijft. Voor een buitenlandse aandeelhouder kan de verlaging van de dividendbelasting wel interessant zijn. Dit is het geval als hij de dividendbelasting niet (volledig) kan verrekenen met de in het buitenland verschuldigde belasting over het dividend. Ook hier is een nuancering op zijn plaats. In de meeste belastingverdragen die Nederland heeft gesloten, is het heffingsrecht van Nederland namelijk al beperkt tot maximaal 15%. In dat geval blijft nog wel een praktisch voordeeltje overeind: particuliere buitenlandse aandeelhouders hoeven niet langer te verzoeken om verlaging van het 25%-tarief tot het verdragstarief van 15%.
Octrooibox
Met de introductie van de octrooibox probeert de staatssecretaris van Financiën zo veel mogelijk kennis naar Nederland te halen. Een octrooibox houdt globaal in dat over inkomsten die een vennootschap behaalt met de exploitatie van een octrooi het lage tarief van 10% is verschuldigd. Deze box kent wel een maximum: het bijzondere 10%-tarief is toe te passen op maximaal vier maal het bedrag aan kosten ten aanzien van het betreffende octrooi.
Beperking verliesverrekening
Ondernemingsverliezen zijn verrekenbaar met winsten van de afgelopen drie jaar (carry back) en onbeperkt in tijd met toekomstige winsten (carry forward). De staatssecretaris stelt voor om de verliesverrekening te beperken tot één jaar carry back en negen jaar carry forward. Een zelfde regeling geeft hij voor verliezen uit aanmerkelijk belang. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt een iets soepeler regeling. Voor hen blijft de carry-backtermijn namelijk drie jaar. De staatssecretaris geeft hiervoor als reden dat kleinere ondernemingen kwetsbaarder zijn bij schommelingen in de bedrijfsresultaten. Voor nog niet verrekende verliezen uit 2002 of eerder wordt een beperkte overgangsregeling getroffen. Deze verliezen blijven tot en met 31 december 2011 fiscaal compensabel.
Onderhanden werk
Onder de huidige regelgeving hoeven ondernemers bij langlopende projecten in beginsel pas fiscaal winst te verantwoorden als het project is afgerond. Bovendien mogen zij het constante deel van de algemene kosten direct ten laste van het resultaat brengen. Vanaf 2007 moet ten aanzien van onderhanden werk voortschrijdend winst worden genomen. Dit betekent dat de overeengekomen vergoeding voor het gehele werk moet worden verdeeld over alle elementen van het gehele werk. Bovendien moet op de balansdatum het onderhanden werk worden gewaardeerd op dat gedeelte van de overeengekomen vergoeding dat toerekenbaar is aan dat onderhanden werk. Voor bepaalde sectoren, zoals bouwbedrijven, kan deze maatregel ingrijpende fiscale gevolgen hebben. Er komt geen echte overgangsregeling. In 2007 kan zich dus een eenmalige (mogelijk aanzienlijke) fiscaal belaste winstsprong voordoen. Dit kan een serieuze impact hebben op de liquiditeitspositie van bedrijven die verplicht worden deze fiscale winstsprong te maken, zoals de bouwbedrijven.
Goodwill
De afschrijvingstermijn van goodwill moet ten minste tien jaar bedragen. Is het gebruiksnut van de goodwill in werkelijkheid nog langer dan moet van deze langere termijn worden uitgegaan. Deze regeling ziet ook op goodwill van voor 1 januari 2007. De op dat moment nog geactiveerde goodwill is dan afschrijfbaar over een periode van tien -/- reeds afgeschreven jaren. Waardering van de goodwill op lagere bedrijfswaarde blijft mogelijk.
Overige bedrijfsmiddelen
Overige bedrijfsmiddelen (zoals computers en inventaris) moeten belastingplichtigen afschrijven in ten minste vijf jaar. Is het gebruiksnut van de bedrijfsmiddelen in werkelijkheid langer dan moeten zij van deze langere termijn uitgaan. Deze regeling ziet ook op bedrijfsmiddelen van voor 1 januari 2007. De resterende boekwaarde is dan afschrijfbaar over een periode van vijf -/- reeds afgeschreven jaren.
Beperking afschrijving gebouwen
In eerste instantie was het voorstel om de afschrijving stop te zetten als de boekwaarde van het gebouw beneden de werkelijke waarde zou komen. Voor de vaststelling van de waarde wordt dan uitgegaan van de WOZ-waarde. Deze maatregel gold voor alle vastgoed, dus ook bij gebruik in de eigen onderneming. Vanuit de praktijk kwam op dit voorstel veel kritiek. De staatssecretaris heeft deze kritiek gedeeltelijk ter harte genomen en is met een milder voorstel gekomen voor zover het bedrijfspanden in eigen gebruik betreft. Afschrijven is in dat geval toegestaan tot 50% van de (jaarlijks te bepalen) WOZ-waarde. Voor beleggingsvastgoed blijft het oorspronkelijke voorstel in stand; dus afschrijven tot maximaal de (jaarlijks te bepalen) WOZ-waarde van het vastgoed. Volgens de staatssecretaris zal een gebouw ter belegging worden aangemerkt als dat is bestemd om direct of indirect hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan een ander dan de zogenoemde met de belastingplichtige verbonden persoon of lichaam. Voor de afschrijving op een gebouw zijn de opstal, de ondergrond en de aanhorigheden (bijvoorbeeld een parkeerterrein) als één geheel aan te merken. Een aantal antimisbruikbepalingen moet verhinderen dat belastingplichtigen grond en gebouw gaan opsplitsen door deze in afzonderlijke juridische entiteiten of bij verbonden natuurlijke personen onder te brengen. Ook onder het voorgestelde afschrijvingssysteem blijft het overigens mogelijk om af te waarderen tot de lagere bedrijfswaarde. Bovendien blijven onderhoudskosten gewoon aftrekbaar en is het vormen van een reserve of voorziening groot onderhoud nog steeds toegestaan. Op recente investeringen in gebouwen mag nog maximaal drie jaar volgens de huidige regels worden afgeschreven. Dus: is op 1 januari 2006 een gebouw aangeschaft, dan mag nog tot 1 januari 2009 op de 'oude manier' worden afgeschreven. Deze maatregelen gelden overigens zowel voor de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.
Wijziging deelnemingsvrijstelling
Als een vennootschap aandelen bezit in een andere vennootschap is onder bepaalde voorwaarden de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Voordelen die de aandeelhouder met de deelneming behaalt (dividenden of vervreemdingswinsten), zijn dan vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Het voorstel is om de deelnemingsvrijstelling altijd van toepassing te laten zijn bij een deelneming van minstens 5%. Voor deelnemingen in een dochtervennootschap met een passief karakter stelt de staatssecretaris wel als voorwaarde dat over de winsten van deze dochter naar Nederlandse maatstaven voldoende belasting is geheven. Bij een effectieve belastingdruk van 10% of meer is aan deze eis voldaan. Of een deelneming passief is moeten we beoordelen aan de hand van de activiteiten van de dochtervennootschap. Een dochtervennootschap is volgens de staatssecretaris passief als het een beleggingsmaatschappij of een passieve concernfinancieringsmaatschappij is. Is er sprake van een deelneming in een passieve dochtervennootschap dan geldt in plaats van de deelnemingsvrijstelling het zogenoemde verrekeningsstelsel. De aandeelhouder is dan over de deelnemingsresultaten gewoon vennootschapsbelasting verschuldigd. Om dubbele belastingheffing te voorkomen mag hij hierop wel de belasting in mindering brengen die in het buitenland over het dividend is betaald. Het is overigens nog maar de vraag of deze regeling de toets van het Europese recht kan doorstaan. Verliezen die worden geleden als gevolg van de liquidatie van een deelneming blijven fiscaal aftrekbaar. Er komt zelfs een versoepeling. Kosten bij verkoop van een deelneming (zoals kosten van de notaris, advocaat en bemiddelaar) zullen niet meer aftrekbaar zijn.
Tijdsschema wetsvoorstel
Op 24 mei 2006 is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer en het streven is dat voor het einde van het jaar alles rond is. De gewenste ingangsdatum is namelijk 1 januari 2007. Een strak schema dus, maar gelet op de snelheid waarmee andere fiscale wetten in de regel tot stand komen verwachten wij wel dat de wetgever deze deadline zal halen. Wij houden u in ieder geval op de hoogte van alle ontwikkelingen.
Tip: Verschuif winstneming naar toekomst
Vanwege de voorgenomen tariefsverlaging kan het aantrekkelijk zijn de winst van uw vennootschap dit jaar zo veel mogelijk te drukken. U kunt daarbij denken aan het vormen van een fiscale voorziening. Een andere mogelijkheid is uitstel van het tijdstip van winstneming. Uiteraard moet een en ander wel fiscaal toelaatbaar zijn.
Met vriendelijke groet,
* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.
|
Vorig Artikel
|
Volgend Artikel
|