Apeldoorn, november 2006
Het Ministerie van Financiën heeft een nieuw verzamelbesluit uitgebracht waarin een groot aantal besluiten uit de afgelopen jaren zijn opgenomen en geactualiseerd. Nieuw zijn enige beleidsstandpunten en goedkeuringen die hun grond vinden in zes arresten van de Hoge Raad van 22 oktober 2004 en 24 februari 2006.
Het besluit gaat hierbij in op onder meer de volgende onderdelen:
1. Oogmerkvereiste
Het besluit volgt wat betreft dit criterium geheel de lijn van de Hoge Raad. Dat betekent dat men de lening moet zijn aangegaan voor verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning. Bij financiering vooraf hoeft men het geld niet onmiddellijk aan te wenden voor de verbouwing. Ook het betalen van de kosten van de verbouwing van een andere rekening dan die waarop het met de lening verkregen geld is gestort, sluit niet uit dat voldaan kan zijn aan het oogmerkvereiste. Dit wordt anders voor zover men de uit de geldlening verkregen gelden heeft aangewend voor andere doeleinden en niet een daarmee overeenkomend bedrag liquide beschikbaar heeft gehouden. Bij financiering achteraf is in ieder geval aan het oogmerkvereiste voldaan als men reeds ten tijde van het voldoen van de kosten het oogmerk had om die kosten te financieren. De lening moet vervolgens ook zijn aangegaan met het oogmerk die kosten te financieren.
2. Tijdstip van aftrek (vereiste van schriftelijke bescheiden)
Onderhoud of verbetering moet men met schriftelijke bescheiden kunnen onderbouwen. Uit deze eis volgt dat, bij financiering vooraf, de schuld pas wordt behandeld als eigenwoningschuld nadat - en voor zover ? men de kosten heeft betaald. Bij het aangaan van een lening met het oog op de aankoop van een woning kan de rente van de geldlening pas tot de aftrekbare kosten worden gerekend nadat - en voor zover - het geleende bedrag is aangewend voor de verwerving van de woning. Bij financiering achteraf zijn de kosten al gemaakt, en is de rente direct aftrekbaar.
3. Goedkeurend beleid betreffende financiering bij verbouwing
Het besluit bevat goedkeurend beleid voor financiering vooraf en voor financiering achteraf.
3a. Financiering vooraf
Wat betreft de financiering vooraf mag men gedurende een periode van zes maanden na het afsluiten van de lening de rente en kosten van de lening steeds volledig in aftrek brengen. Daarbij moet zijn voldaan aan het oogmerkvereiste. De uitgaven tijdens deze zesmaandsperiode moet men met schriftelijke bewijsstukken kunnen onderbouwen. Als de verbouwing na zes maanden na het afsluiten van de lening nog niet is afgerond, wordt de lening na het verstrijken van de zesmaandsperiode, alleen als een eigenwoningschuld behandeld nadat en voor zover daaruit betalingen voor de verbouwing zijn gedaan.
Het besluit bevat ook een goedkeuring voor een verbouwingsdepot (derhalve geen nieuwbouwdepot) bij een lening vooraf. De betaalde en ontvangen rente mogen gedurende twee jaren na het afsluiten van de lening als volgt worden behandeld. De rente en kosten van de lening zijn aftrekbaar in box 1. Op de aftrekbare rente komt in mindering de ontvangen rente van het verbouwingsdepot. Een eventueel restant van de lening behoort na de verbouwingsperiode of na twee jaar, tot box 3. In deze situatie zal de inspecteur in voorkomende gevallen via navordering een evenredig gedeelte van de kosten van geldleningen kunnen corrigeren.
3b. Financiering achteraf
Als de lening is aangegaan binnen zes maanden na de aanvang van de verbouwing wordt voor het bedrag van de in die zesmaandsperiode betaalde verbouwingskosten geacht te zijn voldaan aan het oogmerkvereiste. Men moet de betalingen wel met schriftelijke stukken kunnen onderbouwen.
4. Bijleenregeling
De bijleenregeling is ook van toepassing op de schulden die zijn aangegaan voor de verbouwing. De schulden die op basis van de voorgaande goedkeuringen in aanmerking zijn genomen, mag men van de eigenwoningreserve afboeken.
5. Aflossing gemengde leningen
Men mag bij de aflossing van een lening die is aangegaan voor verschillende doeleinden (zoals deels voor eigen woning en deels voor consumptieve doeleinden) uitdrukkelijk aangeven aan welk leninggedeelte men de aflossing wil toerekenen.
6. Lening voor recht op toekomstig onderhoud
De lening voor de (af)koopsom of een periodieke koopsom voor toekomstig onderhoud kwalificeert nog niet als een betaling voor onderhoud of verbetering. De lening waarmee de aankoop van een dergelijk recht wordt gefinancierd, is een schuld die behoort tot de rendementsgrondslag van box 3. De rente over een dergelijke schuld kan niet worden aangemerkt als aftrekbare kosten van de eigen woning. Slechts zodra en voor zover het onderhoud daadwerkelijk ten laste van (de (af)koopsom van) het recht plaatsvindt, kwalificeert de rente over het daarmee samenhangende deel van de geldlening als aftrekbare kosten van de eigen woning.
Het besluit is op vrijdag 24 november in werking getreden.
Wij hopen u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en zijn tot het geven van nadere toelichting gaarne bereid.
Met vriendelijke groet,
* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.
|
Vorig Artikel
|
Volgend Artikel
|