Print dit artikel

Apeldoorn, december 2006

Belastingcijfers per 1 januari 2007 voor werkgevers en werknemers

Het Ministerie van Financiën heeft op 15 december 2006 de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2007 bekendgemaakt. Voor zover de nieuwe belastingcijfers niet zijn bepaald door recente wetswijzigingen zoals onder meer het jaarlijkse Belastingplan en de Wet werken aan winst zijn deze aangepast met een inflatiecorrectie van 1,6%. Dit bericht gaat alleen in op de wijzigingen in de belastingen die werkgevers en werknemers raken en betreft de loonbelasting en de afdrachtvermindering loonbelasting en premie volksverzekeringen.

I Loonbelasting 2007

Spaarloonregeling

Een werknemer mag maar bij één werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling en kan maximaal € 613,-- (idem 2006) geblokkeerd sparen op grond van deze regeling.
Voor sparen via de spaarloonregeling moet aan de volgende twee voorwaarden worden voldaan:

Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij een werkgever in dienst treedt, kan hij dus niet van de spaarloonregeling van die werkgever gebruikmaken. Het tarief voor eindheffing over spaarloon is 25%. Geblokkeerde spaartegoeden uit een spaarloonregeling zijn in 2007 in de inkomstenbelasting vrijgesteld in box 3 tot maximaal € 17.025,-- (idem 2006).

Levensloopregeling

Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Men kan maximaal 12% van het loon sparen. De levensloopregeling kan men gebruiken voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof en educatief verlof. Het spaarsaldo mag ook worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan. De huidige verlofspaarregeling mag worden omgezet in de levensloopregeling.

Er kan jaarlijks maximaal 12% van het loon gespaard worden. Inleg is uitsluitend toegestaan indien het spaarsaldo dan wel de waarde van de verzekering aan het begin van het jaar niet hoger is dan het bedrag dat nodig is voor een periode van extra (volledig doorbetaald) verlof van 2,1 jaar (absoluut maximum). Is men op 31 december 2005, 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen dan meer sparen dan 12% van het brutoloon. De werknemer kan jaarlijks kiezen aan welke regeling hij wil deelnemen: spaarloon of levensloop. In hetzelfde jaar in beide regelingen geld inleggen is niet mogelijk.

Pensioenregelingen

Alle pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de criteria van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Uitgangspunt is dat een werknemer pas op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat. De werknemer mag wel eerder met pensioen gaan, maar zijn pensioen moet dan actuarieel worden herrekend. Dit betekent lagere pensioenuitkeringen. Voor werknemers die op 31 december 2004 55 jaar of ouder zijn, blijven bepaalde VUT- en prepensioenregelingen mogelijk.

Auto van de zaak

De bijtelling voor privé-gebruik auto is de waarde van het privé-gebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer voor het privé-gebruik. De bijtelling voor het privé-gebruik bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto, inclusief de BPM (belasting voor personenauto‘s en motorrijwielen) en omzetbelasting. Als een werknemer minder dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt en dit kan bewijzen, blijft de bijtelling achterwege. Een bewijs kan worden geleverd via een specifieke verklaring. De Belastingdienst heeft deze beschikbaar. U kunt het aanvraagformulier voor de verklaring downloaden via www.belastingdienst.nl.

Voor bestelauto’s is het volgende nog van belang:

Het privé-gebruik wordt in ieder geval bij de werkgever als een eindheffing belast. Deze eindheffing bedraagt € 300,-- (idem jaar 2006) per bestelauto op jaarbasis. Het criterium ‘doorlopend afwisselen’ is overigens vrij strikt. Van doorlopend afwisselen is namelijk geen sprake ingeval een bestelauto bijvoorbeeld op kwartaalbasis rouleert tussen verschillende werknemers.

Reiskosten

De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers wordt € 0,19 per kilometer (idem 2006)) ongeacht het vervoermiddel. Woon-werkverkeer geldt hierbij als zakelijk verkeer. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen uit twee mogelijkheden: hij kan óf maximaal € 0,19 per kilometer óf de werkelijke reiskosten belastingvrij vergoeden. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren.

Telefoon en internet

Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen en verstrekkingen van telefoon en internet onbelast als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor een tweede telefoonaansluiting.

Zakelijke maaltijden

Met ingang van 1 januari 2007 vervalt de zogenoemde 80-maaltijdenregeling. Alle ‘meer dan bijkomstig zakelijke’ (meer dan 10%) maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt.

Maaltijden in bedrijfskantines

Voor een maaltijd in een bedrijfskantine gelden met ingang van 2007 de volgende normbedragen:
Warme maaltijd: € 3,80 (idem 2006);
Koffiemaaltijd/Lunch: € 2,-- (idem 2006);
Ontbijt : € 2,-- (idem 2006).

Consumpties tijdens werktijd

De vrijgestelde vergoeding voor consumpties tijdens werktijd (maaltijden vallen hier niet onder) bedraagt maximaal € 2,75 (idem 2006) per week of € 0,55 (idem 2006) per dag.

Personeelsleningen

In 2007 kan een werkgever aan een werknemer onbelast een laagrentende personeelslening verstrekken als de werknemer ten minste 4,7% (3,5% 2006) rente betaalt over het geleende bedrag.

Geschenkenregeling

Met ingang van 1 januari 2007 mag de werkgever 20% eindheffing toepassen over geschenken in natura aan een werknemer, voor zover de waarde in het economische verkeer niet meer is dan € 70,-- per kalenderjaar. In 2006 was het maximum nog € 35,-- (voor één geschenk per jaar), met een eindheffing van 15%.

II Afdrachtverminderingen loonbelasting en premie volksverzekeringen 2007

Een afdrachtvermindering houdt in dat een werkgever onder voorwaarden minder loonbelasting en premie volksverzekeringen hoeft af te dragen. De vermindering kan echter niet leiden tot een teruggaaf.

Afdrachtvermindering onderwijs

De afdrachtvermindering onderwijs blijft in 2007 ongewijzigd € 2.500,--. Het toetsloon voor 2007 is € 21.422,-- (€ 20.882,-- jaar 2006). Er bestaat ook recht op deze afdrachtvermindering wanneer een voormalig werkloze werknemer in dienst is die aangewezen scholing volgt, die er op is gericht de werknemer tot het zogenoemde startkwalificatieniveau te brengen. Deze afdrachtvermindering is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 verhoogd van € 1.500,-- naar € 3.000,--.

De afdrachtvermindering onderwijs voor stageplaatsen mag ook toegepast worden voor stagiairs van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 1.200,-- en het loon hoeft niet getoetst te worden aan het toetsloon.

Verder bestaat vanaf 1 januari 2007 een afdrachtvermindering van € 300,-- voor de (belaste) kostenvergoeding van een procedure Erkenning verworven competenties (EVC). Met een procedure EVC kan een werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft.

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) voor 2007 bedraagt 42% x (het verwachte aantal S&O-uren vermenigvuldigd met het gemiddeld uurloon, maar maximaal € 110.000,-- (idem 2006)). Over het bedrag boven € 110.000,-- geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor starters (ondernemers die in de laatste vijf jaar een of meer kalenderjaren geen inhoudingsplichtige waren en aan wie in die periode voor niet meer dan twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven) geldt een hoger percentage voor afdrachtvermindering. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt per inhoudingsplichtige maximaal € 8.000.000,-- (idem 2006).

III Algemeen

Verruiming termijn indienen T-biljet

De termijn voor het indienen van een verzoek om teruggaaf (T-biljet) is in september 2006 wettelijk verruimd van drie jaren naar vijf jaren. Hiervoor geldt de algemene teruggaafgrens van € 13.--. De grens van € 454,-- die als voorwaarde gold bij T-biljetten die ná drie jaren maar binnen vijf jaren na afloop van het belastingjaar werden ingediend, is daarmee vervallen. Deze wijziging werkt terug tot en met het belastingjaar 2001.

Bron: Ministerie van Financiën, 15 december 2006, nr. ejb2007

Wij hopen u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en zijn tot het geven van nadere toelichting gaarne bereid.

Met vriendelijke groet,




H.A. van Duuren


* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.

Vorig Artikel
Volgend Artikel