Apeldoorn, september 2007
Een directeur-grootaandeelhouder die 'rood' staat bij zijn BV en in privé onvoldoende vermogen heeft om zijn schuld in rekeningcourant binnen een redelijke termijn af te lossen, loopt grote fiscale risicofs. De opnamen in rekeningcourant kunnen als uitdeling van winst worden aangemerkt, de oudedagsvoorziening kan gevaar lopen en een stamrecht kan als afgekocht worden beschouwd.
Een directeur-grootaandeelhouder kan voor diverse doeleinden geld lenen van zijn BV. Zo'n geldlening moet wel te allen tijde zakelijk worden ingericht. Dat betekent dus ook dat de directeur-grootaandeelhouder zijn aflossingen aan de BV moet kunnen doen. Gebeurt dit niet, dan loopt de BV risico's.
Oudedagsvoorziening
Heeft de BV bijvoorbeeld in eigen beheer een oudedagsvoorziening voor de directeur-grootaandeelhouder gevormd, dan kan de debetstand gezien worden als een afkoop van die oudedagsvoorziening. En dat is fiscaal verre van aantrekkelijk. Een debetstand en onvoldoende privé-vermogen kunnen dus grote fiscale gevolgen hebben. Dit bleek ook in de volgende casus.
Casus
Een gewezen bestuurder had recht op een wachtgelduitkering. In 1999 kocht hij dat recht af voor f 157.500 (€ 71.470); de afkoopsom bracht hij - met toepassing van de stamrechtvrijstelling - onder in een door hem opgerichte BV als koopsom voor een levenslange stamrechtuitkering.
Bij een boekenonderzoek bij de BV bleek dat de directeur-grootaandeelhouder forse opnamen in rekeningcourant had gedaan. Eind 1998 had hij nog een vordering in rekeningcourant van circa
€ 23.000; eind 2000 was dat omgeslagen in een schuld van bijna € 100.000.
Afkoop stamrecht
Dat vond de inspecteur te gortig: hij ging over tot actie. Allereerst stelde de inspecteur vast dat het gelet op zijn privé-vermogen niet waarschijnlijk was dat hij zijn schuld in rekeningcourant ooit nog kon aflossen. En dat had tot gevolg dat zijn BV de stamrechtverplichting jegens de directeur-grootaandeelhouder niet meer kon nakomen. Hij had door de opnamen in rekeningcourant in wezen zijn stamrecht afgekocht.
De inspecteur corrigeerde het inkomen over 2000 met € 71.470, de op de balans van de BV opgevoerde waarde van de stamrechtverplichting. De directeur-grootaandeelhouder verzette zich tegen die correctie, maar kreeg nul op het rekest. Ook bij Hof Leeuwarden. Het Hof was het met de inspecteur eens dat de directeur-grootaandeelhouder in privé onvoldoende financieel draagvlak had om zijn schuld in rekeningcourant bij de BV ooit nog te kunnen aflossen. Daardoor was bij de BV de dekking van de stamrechtverplichting teloor gegaan en was het stamrecht in wezen afgekocht. De inspecteur had de waarde van het stamrecht terecht ineens in de belastingheffing betrokken als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Bron : Hof Leeuwarden, 4 mei 2007, BK45/05
Wij hopen u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en zijn tot het geven van nadere toelichting gaarne bereid.
Met vriendelijke groet,
* Aan de inhoud van dit Belastingnieuws wordt de uiterste zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor de onvolledigheid of onjuistheid of de gevolgen daarvan.
|
Vorig Artikel
|
Volgend Artikel
|